Nederlands Deutsch

Tin

Archeologisch bewijs toont aan dat mensen tin al minstens 5500 jaar gebruiken. Tin wordt vooral gewonnen uit het mineraal cassiteriet (SnO2) en wordt verkregen door dit mineraal in een oven te roosteren met koolstof. De aardkorst bestaat voor ongeveer 0,001% uit tin.
Tin is in de vorm van enkelvoudige atomen of moleculen voor geen enkel organisme giftig, de organische vorm is wel giftig. De effecten van organische tinmengsels kunnen variƫren. Deze effecten zijn afhankelijk van het mengsel en het organisme dat aan het tin blootgesteld wordt. Organische tincomponenten kunnen voor langere tijd in het milieu blijven. Ze zijn zeer persistent en bijna niet biologisch afbreekbaar.

Symptomen overschot

Acuut: oog- en huidirritaties, hoofdpijn, buikpijn, diarree, misselijkheid, braken, duizeligheid, hevige transpiratie, hartkloppingen, ademnood/kortademigheid, hoesten,plasproblemen.

Lange-termijn: vermoeidheid, convulsies, tremoren, depressies, lever- en nierschade, immuundeficientie, chromosomale schade, hormoondisregulatie, tekort aan rode bloedcellen, hersenschade (psychotisch gedrag, hallucinaties, woede, slaapstoornissen, vergeetachtigheid en hoofdpijn).

Blootstelling

Mensen kunnen het voedsel, via de huid en via de ademhaling tin opnemen.

Bronnen

Luchtvervuiling, blikvoer, amalgaanvullingen, verven, conserveermiddelen, fungiciden, sommige kruiden, drop, PVC, regenjassen (met PVC), vis en schaaldieren (m.n. oesters en mossels), aarde, zeep, sommige tandpastas, speelgoed, textiel, blikjes, waterpijpen, siliconen bakvormen, bewerkt voedsel, orgaanvlees (lever en nier).